Onder de vlag van VERDER gaan we aan de slag met de pakketstudies, met een gezamenlijk beleid voor openbaar vervoer en mobiliteitsmanagement. We kiezen voor mobiliteit in de volle breedte, want we willen VERDER!

mr. J.H. Ekkers
gedeputeerde mobiliteit provincie Utrecht
voorzitter Utrechts Verkeer en Vervoerberaad

 


Introductie VERDER

Het is druk op de wegen in Nederland, en de komende jaren wordt het alleen nog maar drukker. Het aantal weggebruikers neemt sterk toe tot 2020; het personenvervoer met 20% en het vrachtvervoer met maar liefst 40% tot 80%. Binnen Nederland is de provincie Utrecht een belangrijke schakel voor de mobiliteit. De grote verkeersaders en treinsporen lopen vrijwel allemaal door Utrecht. Als het in Midden-Nederland dichtslibt, heeft dat direct consequenties voor het omliggende wegennet.

Om de bereikbaarheidsproblematiek aan te pakken is het noodzakelijk om samen te werken. Verschillende overheden hebben soms tegenstrijdige belangen, maar het overkoepelende belang is duidelijk: een goede bereikbaarheid in de regio. Daarom is er VERDER. De deelnemers van VERDER kijken verder dan hun eigen neus lang is, omdat een goed functionerend verkeersnetwerk integrale en samenhangende maatregelen vergt. Daarbij wordt rekening gehouden met komende ontwikkelingen wat betreft wonen en werken.

 


Verder in drieën

Automobiliteit, ietsverkeer en het openbaar vervoer hebben uiteraard een wisselwerking op elkaar, maar ook andere factoren zoals leefbaarheid en duurzaamheid spelen mee. Uitbreiding van de infrastructuur heeft bijvoorbeeld een direct effect op het leefgenot van omwonenden. VERDER zoekt in drie verschillende programma’s naar mogelijke oplossingen en maatregelen voor het verbeteren van de bereikbaarheid, zonder daarbij elementen als leefbaarheid, duurzaamheid, verkeersveiligheid en milieu uit het oog te verliezen.

De drie programma’s van VERDER:
1.  Pakketstudies
2.  Spoor
3.  Regionaal Verkeersmanagement

Pakketstudies
Binnen het programma Pakketstudies wordt onderzoek gedaan naar mobiliteitsthema’s en hun onderlinge samenhang. Het wegen- en waternet, openbaar vervoer, iets, mobiliteitsmanagement, goederenvervoer, prijsbeleid en aanverwante thema’s worden in kaart gebracht en geanalyseerd.
De tussentijdse resultaten van de Pakketstudies worden in ieder geval voorgelegd aan het bedrijfsleven, een burgerpanel en een expertcommissie die bestaat uit hoogleraren en verkeersdeskundigen. Het eindproduct is een
optimaal samenhangend pakket van maatregelen waarmee de regio Midden-Nederland ook in 2020 goed bereikbaar zal zijn.
De Pakketstudies maken als ‘Draaischijf Utrecht’ onderdeel uit van het landelijke programma Randstad Urgent, het kabinetsprogramma ter verbetering van de economische concurrentiepositie van de Randstad.

Ring en Driehoek
De Pakketstudies richten zich op twee gebieden in de regio Amersfoort-Hilversum-Utrecht:
1.    Ring Utrecht
2.    Driehoek (A1-A27-A28)

Door deze gebiedsindeling worden de verschillende overheden, belangenorganisaties, bedrijfsleven en burgers gericht bij het proces betrokken. Samenwerken met het bedrijfsleven en de consument is een belangrijke voorwaarde voor succes. 
In verkeerskundig opzicht is elke afbakening overigens willekeurig. Wegen houden immers niet op bij stads- en provinciegrenzen. De gebiedsindelingen worden daarom met enige lexibiliteit gehanteerd.

Spoor
Openbaar vervoer speelt een belangrijke rol in het bereikbaar houden van regio Utrecht. Het programma Spoor onderzoekt welke investeringen nodig zijn om een kwalitatief hoogwaardig en betrouwbaar spoornetwerk verder te ontwikkelen. Welke mogelijkheden en kansen zijn er voor het openbaar vervoer? Wat zijn de (toekomstige) knelpunten? Hoe sluiten trein, bus en tram beter aan op andere vervoersmiddelen als iets en auto?
Op basis van de uitkomsten wordt een concreet maatregelenpakket opgesteld. In de toekomst zal reizen met het openbaar vervoer in veel gevallen sneller, comfortabeler en betrouwbaarder zijn dan reizen met de auto.

Randstadspoor
Randstadspoor is een goed voorbeeld. In 2015 rijden er treinen tussen de belangrijkste gebieden voor wonen (de grote Vinex-wijken) en werken (Amersfoort, Utrecht). Reizigers zullen nooit lang hoeven wachten op hun aansluiting. De treinen van Randstadspoor stoppen 4 tot 6 keer per uur op alle Randstadspoorstations.

Regionaal Verkeersmanagement
Hoe kunnen we de bestaande infrastructuur beter benutten? Regionaal Verkeersmanagement  staat voor die uitdaging. Daarbij wordt gebruik gemaakt van nieuwe ICT-toepassingen (o.a. via gsm en routeplanners) om zo de gebruiker goed te informeren, het verkeer te reguleren en de doorstroming te bevorderen.
Tien samenhangende projecten leiden tot een Regionale Verkeersmanagementcentrale (RVMC) die in 2009 gedeeltelijk operationeel is. De centrale moet in 2012 volledig in bedrijf zijn.
Vanaf 2009 krijgt de RVMC alle verkeersinformatie uit de regio, zodat er alert kan worden ingegrepen bij wegwerkzaamheden, calamiteiten en evenementen. Door automobilisten tijdig te informeren en eventueel om te leiden ontstaan er minder opstoppingen. In de toekomst kan de weggebruiker op basis van actuele informatie een bewuste keuze maken voor een bepaald vervoersmiddel, de route en het tijdstip van vertrek. In 2015 zullen reizigers de te verwachten reistijd met een zekerheid van 95% kunnen voorspellen.

 


Resultaten enquête onder leden

De samenwerking tussen verschillende overheden geeft VERDER veel slagkracht, maar bestuurlijke samenwerking alleen is niet genoeg. Om de programma’s inhoudelijk goed uit te diepen, betrekt VERDER ook zijn maatschappelijke omgeving bij het zoeken naar knelpunten en oplossingen. Bedrijfsleven, consumenten en maatschappelijke organisaties zijn immers belangrijke ervaringsdeskundigen bij de mobiliteitsproblematiek. VERDER gaat daarom actief aan de slag met de input van alle betrokkenen.

Een eerste verkenning naar de inzichten van maatschappelijk organisaties ligt al op tafel. TNS NIPO heeft een onderzoek uitgevoerd onder de leden van de ANWB, de ietsersbond, ROVER en Veilig Verkeer Nederland. Welke knelpunten ervaren de mobilisten zelf op de weg, het spoor, lopend of op de iets? VERDER neemt de uitkomsten van het onderzoek mee in haar werkgroepen en analyses. Een korte samenvatting van de resultaten.

Fietsers zijn het meest tevreden
Zeven op de tien ietsers gaf aan (zeer) tevreden te zijn over het verplaatsen in de provincie Utrecht. OV-reizigers en automobilisten volgen met respectievelijk 63% en 48%.Ondanks het grote aantal tevreden ietsers, ervaren juist zij de meeste knelpunten onderweg. Fietsers ergeren zich echter minder aan de knelpunten dan de overige mobilisten.Het grootste knelpunt voor ietsers is de lange wachttijd bij stoplichten. Beter afstellen van verkeerslichten en vaker voorrang voor ietsers zijn de belangrijkste suggesties voor verbetering.

Wegwerkzaamheden relatief klein knelpunt voor automobilisten
Automobilisten ervaren drempels, wegwerkzaamheden en ontoelaatbaar gedrag van medeweggebruikers als relatief kleine knelpunten. Uiteraard worden iles en een slechte doorstroming als het grootste knelpunt beschouwd, 68% van de automobilisten ziet het als een groot probleem.
De files kunnen volgens de respondenten het beste worden opgelost door de wegcapaciteit te verbeteren, bijvoorbeeld door bredere wegen en extra rijbanen of spitsstroken aan te leggen. Daarnaast willen automobilisten dat verkeerslichten beter op elkaar af gestemd worden, (te) lang wachten voor het stoplicht leidt tot veel ergernis.

OV-reiziger vindt wachten het grootste knelpunt
Geen goede aansluitingen, treinen die te weinig rijden en vertragingen zijn met respectievelijk 14%, 13% en 12% de grootste knelpunten voor de OV-reiziger. Slecht gedrag van chauffeurs en conducteurs is voor slechts 2% van de reizigers een bezwaar. De belangrijkste suggestie van de OV-gebruiker is een verbetering van de dienstregeling (betere aansluitingen) en het inzetten van meer treinen tijdens de spits.

 


Start VERDER

“Het kan altijd beter, we kunnen en moeten altijd…..Verder!”, met deze woorden onthulde gedeputeerde Ekkers de regionale samenwerking VERDER op 26 september jl. Alle bestuurders uit regio Midden-Nederland waren uitgenodigd om bij dit moment aanwezig te zijn. Via de VERDERkijker nam de heer Ekkers de aanwezige bestuurders mee in de zoektocht naar het nieuwe logo, mét de boodschap om ook echt vérder te kijken.

Ed Ram, de dagvoorzitter, introduceerde daarna de wereld van VERDER onder het motto ‘Denk mee, doe mee, samen komen we verder’. Jos Steehouder, de nieuwe voorzitter van het burgerpanel, informeerde de aanwezigen over het proces Consultatie op Maat, waarin georganiseerde en ongeorganiseerde burgers bij de samenwerking worden betrokken. Deze betrokkenheid lieten de consumentenorganisaties ANWB, Fietsersbond, Rover en Veilig Verkeer Nederland al zien door aan de regionale bestuurders een groot mobiliteitsonderzoek in de regio aan te bieden. De aanwezige bestuurders konden hun inzicht in de uitkomsten vooraf peilen met rode, groene en gele kaarten. Na de pauze werd de groep in drieën gedeeld. Aan de hand van drie vragen discussieerden de bestuurders en aanwezige ambtenaren over de ambities, knelpunten en oplossingen. Regionaal denken én doen was hierbij de leidraad. De expertcommissie, kritisch als altijd, zette iedereen aan het eind van de bijeenkomst nog een keer op scherp. Ondanks eigen inzichten en meningen, moeten de overheden toch echt blijven luisteren naar de ideeën van hun eindgebruikers, de consument en het bedrijfsleven.

 


De organisatie achter VERDER

VERDER is een initiatief van het bestuurlijk overleg Utrechts Verkeers- en Vervoerberaad (UVVB). Op 13 november 2006 hebben de UVVB-leden een Bestuursovereenkomst ondertekend, waarmee de eerste stap is gezet naar een gezamenlijke aanpak van de mobiliteitsproblematiek. In het UVVB werken de provincie Utrecht, Rijkswaterstaat Utrecht, Bestuur Regio Utrecht, de gewesten Eemland en Gooi- en Vechtstreek en de gemeenten Amersfoort, Hilversum en Utrecht, samen aan een betere doorstroming in de regio Midden-Nederland.

De volgende bestuurders zijn vanuit het UVVB betrokken bij VERDER: Jan Ekkers (Provincie Utrecht), Ineke van der Hee (Rijkswaterstaat Utrecht), Bert Lubbinge (Bestuur Regio Utrecht), Cees-Jan de Vet (Gewest Eemland), Milo
Schoenmaker (Gewest Gooi- en Vechtstreek), Ruud Luchtenveld (Gemeente Amersfoort), Erik Boog (Gemeente Hilversum) en Tymon de Weger (Gemeente Utrecht).
 

De dagelijkse organisatie van VERDER is in handen van een programmabureau en de programmamanagers. Het programmabureau is verantwoordelijk voor de inhoudelijke samenhang en de afstemming met alle overige samenwerkingsprojecten in de regio. Een belangrijke taak, want om een goed maatregelenpakket af te leveren moet er over de eigen grenzen gekeken worden. Tenslotte heeft het bureau een faciliterende functie als coördinator voor communicatie, consultatie en omgevingsmanagement.

Voor elk van de drie programma’s is een programmamanager aangesteld. De programmamanagers zijn verantwoordelijk voor de coördinatie en de inhoudelijke afstemming van de programma’s en voor het creëren van bestuurlijk draagvlak.