Lees VERDER - Nieuwsbrief Regionaal Verkeersmanagement


 Regionaal Verkeersmanagement, wat is dat?

“Eigenlijk is RVM vrij eenvoudig”, aldus Hans van Rooijen. “Het werkt aan een betere benutting van de bestaande wegen. Het wordt steeds drukker op de wegen en zonder nu gelijk extra wegen neer te leggen, kunnen we ook efficiënter omgaan met de bestaande wegen. Op dit moment maken veel overheden al gebruik van zogeheten Dynamisch Verkeermanagement. Dit zijn verschillende real-time verkeersmaatregelen die het verkeer door een stad of de provincie sturen. Denk hierbij aan informatiepanelen, het afstellen van verkeerslichten, de groene golf etc.

Vanuit VERDER werken de samenwerkende overheden aan nieuwe en innovatieve toepassingen van ICT-middelen (waaronder in-car technologie als navigatiesystemen en GSM) om het verkeer nog beter te sturen, te managen en daarmee dus de bereikbaarheid van de regio te verbeteren. De samenwerking binnen RVM mondt in de nabije toekomst uit in één Regionale Verkeersmanagement Centrale (RVMC) voor het gehele wegennet binnen de provincie: rijkswegen, provinciale wegen en de stedelijke hoofdwegen”.

Het programma RVM onderzoekt en vult alle elementen in die nodig zijn om de centrale in 2012 volledig te laten draaien met de volgende projecten:

  • Gebruiker in Beeld
  • Auto als Sensor
  • Regionale Verkeersmanagementcentrale
  • Incident Management Mobiel
  • Verkeersmodellen op korte termijn
  • Wegonderhoud beter in beeld
  • Utrechts Data Warehouse (UDW)
  • Netwerkvisie
  • Regelscenario’s      

In deze en volgende nieuwsbrieven informeren wij u over de laatste stand van zaken van deze projecten.    


Project in Beeld: Auto als Sensor     

De auto wordt in dit project gebruikt als informatiebron en als informatiekanaal. Door het verzamelen van informatie via bijvoorbeeld de GSM (mobiele telefoon) of GPS (navigatiesystemen) ontvangt de automobilist straks waar en wanneer hij dat wil de meest actuele verkeersinformatie. Hiermee kan hij zelf bepalen of hij bijvoorbeeld toch aansluit in de file, liever de trein pakt, een uurtje later gaat of gewoon blijft thuiswerken.

Het project hangt samen met de projecten Gebruiker in Beeld en het Utrechts Data Warehouse (zie 3.) en de Regionale Verkeersmanagement Centrale. Met het project Gebruiker in Beeld wordt duidelijk hoe en wanneer de automobilist zijn informatie het liefste wil ontvangen. Op basis van deze informatie wordt bepaald welke informatie naar de gebruiker gaat: op en langs de weg en in zijn auto. De informatie van de apparatuur in de auto biedt tegelijkertijd de kans om zeer actuele gegevens te verzamelen over de toestand op de weg. Op basis van deze gegevens kan dan zeer gericht vanuit de Verkeerscentrale actie worden ondernomen om het verkeer met zo min mogelijk hinder door het wegennet te loodsen.


Project in Beeld: Utrechts Data Warehouse (UDW)

Het UDW wordt een warenhuis van gegevens. In de toekomst verzamelt, bewerkt en distribueert het UDW verkeersgegevens van de Utrechtse wegen. Zo biedt de regionale verkeerscentrale een actueel verkeersbeeld om zo knelpunten op het wegennet aan te pakken. Het UDW verzamelt gegevens uit bestaande systemen en mogelijk ook uit nieuwe systemen, die bijvoorbeeld ontstaan uit het project Auto als Sensor. De dataverzameling en –processen in het UDW sluiten zo veel mogelijk aan op het Nationaal Data Warehouse (NDW). 

Meten is weten
Projectleider Yvonne van Dijke-de Graaf licht de stand van zaken toe: “Waar je verkeer wilt sturen, moet je verkeer meten. Op dit moment brengen we de huidige systemen voor het verzamelen van verkeersinformatie in beeld voor twee gebieden, namelijk Utrecht West en de corridor Utrecht-Amersfoort. Deze zetten we naast ons wensbeeld voor een meetsysteem. Dit wensbeeld is ook afhankelijk van de eisen van onze collega’s bij de Verkeerscentrale. Die moeten er uiteindelijk mee gaan werken”.

 


Werkgroep Monitoring

Ieder jaar verzamelt de werkgroep verschillende verkeer- en vervoersgegevens uit de regio Midden-Nederland. Ze verzamelt en combineert deze gegevens ook met informatie uit verschillende andere bronnen zoals de bevolkingsomvang en het aantal arbeidsplaatsen. Tot vorig jaar werden deze cijfers gepresenteerd in het papieren Cijferboekje. Vanaf 2008 zijn de cijfers digitaal te bekijken op www.ikgaverder.nl onder de knop ‘Verkeer in cijfers’. Het is een praktisch naslagwerk voor overheden, adviesbureaus, belangenorganisaties en inwoners. De gegevens worden ieder kwartaal ververst.
 

Iedere 2 jaar meet de werkgroep de autoreistijden van bepaalde trajecten. Personenauto’s, uitgerust met GPS, rijden verschillende trajecten in de ochtend- en avondspits in beide richtingen. Met de resultaten signaleert de werkgroep eventuele knelpunten kan ze zien of bepaalde uitgevoerde maatregelen effect hebben. Komend jaar vinden voor de tweede keer fietstellingen plaats. In 2006 zijn er voor het eerst in de hele regio fietstellingen gehouden op zo’n 80 locaties rond Utrecht en Amersfoort. Met deze tellingen bekijkt de werkgroep het daadwerkelijk gebruik van fietsroutes. 

 


Interview met Peter Reffeltrath, kernteamlid

Van solist naar teamplayer
Peter Reffeltrath is adviseur Dynamisch Verkeersmanagement bij de gemeente Amersfoort. Vanuit die expertise zetelt hij in het kernteam van RVM, één van de programma’s van VERDER. Lange tijd was het gemeentelijk verkeersmanagement een vrij solitair gebeuren, er was weinig overleg met de omringende gemeentes en dat leidde soms tot lastige situaties. Langzamerhand dringt het besef bij alle partijen door dat wegen niet ophouden bij de gemeentegrens en dat samenwerking en overleg nodig is om de bereikbaarheid op peil te houden. Reden te meer voor de gemeente Amersfoort om deel te nemen aan het RVM.

In zijn rol als vertegenwoordiger van Amersfoort zorgt hij dat bij de gezamenlijke afspraken binnen het RVM ook alle consequenties voor de stad meegenomen worden. In 2009 wordt de corridor Utrecht-Amersfoort tenslotte al zoveel mogelijk via de Regionale Verkeersmanagement Centrale (RVMC) gestuurd. Op de korte termijn zet ook Amersfoort vooral in op een betere benutting van de huidige wegen. “Door bijvoorbeeld de verkeerslichten beter af te stellen en door de actueel gemeten verkeersstromen en de toegangsdosering beter op elkaar af te stellen”. Op de langere termijn hoopt hij dat capaciteitsuitbreiding op de snelwegen rond Amersfoort ook voor verbetering zorgt voor de doorstroming op het Amersfoortse wegennet.

Bij alle beslissingen kijkt hij met name ook naar de verschillende belangen in en om de stad. Niet alleen leefbaarheid en bereikbaarheid spelen een rol, maar bijvoorbeeld ook economische belangen. “Wil je Amersfoort aantrekkelijk houden voor bedrijven, zul je ook iets moeten doen aan de doorstroming en de bereikbaarheid van het centrum. Zonder daarbij de andere verkeersdeelnemers zoals fietsers, voetgangers en het openbaar vervoer over het hoofd te zien”. Kortom, de bereikbaarheid is zowel regionaal als stedelijk een heikel punt. Integraal denken en samenwerken verdient daarom de aandacht.

Bottom up
Peter is een man van de praktijk. De prioriteit ligt wat hem betreft nu bij het vaststellen van de regelscenario’s. Die bepalen tenslotte welke gegevens nodig zijn voor een goed functionerend RVMC. “Kijk veel meer vanaf de werkvloer naar de benodigde gegevens, welke afspraken moeten we maken met de omliggende gemeentes en andere deelnemers en bepaal daarop welke informatie er via het UDW en de RVMC geleverd kan worden”.

Naar verwachting zijn er naast de centrale data ook nog veel maatwerkgegevens voor de deelnemende partijen nodig. Denk daarbij bijvoorbeeld aan de bruggen binnen de gemeentes. Hoe verwerk je die informatie in het centrale systeem? “Scenario’s opstellen voor grotere gebieden is een lastig karwei”, geeft hij toe. “Maar je moet gewoon ergens beginnen, als we stap voor stap zetten, moet het lukken”.

Mijlpalen 2008
Wat zijn de belangrijkste doelen voor Peter voor 2008? “Het zou mooi zijn als in 2008 alle partijen het eens zijn over de verantwoordelijkheden en de functie van de RVMC. De neuzen wijzen nu al wel ongeveer in dezelfde richting maar de afspraken kunnen nog veel concreter. In welke situaties is bijvoorbeeld het RVMC sturend, en wanneer wordt of blijft de gemeente verantwoordelijk? Peter dicht daarnaast een grote rol toe aan het krijgen van meer draagvlak. “Kleinere gemeentes moeten in 2008 nog meer betrokken worden. Nu lijkt het RVMC vaak nog een “speeltje” van de provincie, Rijkswaterstaat en de gemeenten Amersfoort en Utrecht. Regionale samenwerking vraagt echter om betrokkenheid van álle partijen. Zonder dat blijft het RVMC een gedeeltelijke oplossing. Als ik verder in de toekomst kijk zou één vervoersautoriteit in de regio de volgende mijlpaal zijn” volgens Peter. Tenslotte blijven, ook na de komst van de RVMC, verschillende partijen het wegenbeheer uitvoeren. “Wil je de voordelen van samenwerken nog beter benutten dan is verder integreren van de werkzaamheden onder één regionale vlag een volgende stap”.