Home » Nieuws » Terugblik op de Inspraakperiode knooppunt Hoevelaken

Terugblik op de Inspraakperiode knooppunt Hoevelaken

geplaatst op 10 februari 2009

Op 5 december 2008 presenteerden de gemeente Amersfoort, de Provincie Utrecht, het ministerie van Verkeer en Waterstaat en het ministerie van VROM de Startnotitie knooppunt Hoevelaken. Belanghebbenden en geïnteresseerden kregen tot 30 januari 2009 de gelegenheid in te spreken op dit onderzoeksvoorstel voor het knooppunt. 176 mensen hebben van deze mogelijkheid gebruik gemaakt. Van deze reacties bleken er dertien hetzelfde te zijn. Uiteindelijk moet het projectbureau VERDER 163 antwoorden schrijven. De insprekers krijgen allemaal post van het bureau thuisgestuurd.

Een oplossing om de regio Midden-Nederland, en in dit geval de regio rondom knooppunt Hoevelaken, in de toekomst bereikbaar te houden is niet gemakkelijk. Veel aspecten beïnvloeden de keuze. Zo is er in de omgeving veel groengebied en bebouwing. In de Startnotitie knooppunt Hoevelaken zijn daarom extreme alternatieven gepresenteerd die verder worden onderzocht. Deze alternatieven hebben tot doel om alle hoeken van het speelveld in kaart te brengen. Ook om te voorkomen dat in de toekomst opnieuw nieuw onderzoek gedaan nodig is.

Belanghebbenden en geïnteresseerden hebben op 3 avonden de gelegenheid gekregen om in gesprek te gaan met vertegenwoordigers van de gemeente Amersfoort de Provincie Utrecht, Rijkswaterstaat en programmabureau VERDER. Maar ook met vertegenwoordigers van belangengroepen die tijdens de avonden de gelegenheid kregen om hun standpunten duidelijk te maken. De avonden zijn relatief goed bezocht. De bereikbaarheidsdiscussie leeft, ook rondom knooppunt Hoevelaken. Naar schatting zijn er iets meer dan 150 mensen aanwezig geweest bij deze avonden. Bij het Inspraakpunt zijn circa 200 inspraakreacties binnengekomen.

In de aankomende periode worden de inspraakreacties voorzien van antwoord en stellen de samenwerkende partijen een Nota van Antwoord op. Alle insprekers ontvangen deze Nota van antwoord. Tevens stelt de commissie m.e.r., mede op basis van de inspraakreacties een advies op voor de Richtlijnen. De Richtlijnen worden daarna vastgesteld door de samenwerkende partijen. Op basis van de vastgestelde Richtlijnen en de onderzoeksresultaten uit de eerste fase van de planstudie wordt vervolgens gewerkt aan een voorkeursalternatief. Door de bestuurders is de wens uitgesproken dit voorkeursalternatief medio 2009 te kiezen. Via deze site is de voortgang van deze studie te volgen.


Deel dit nieuwsbericht: