Nederland heeft last van polderblindheid

Polderblindheid is een vorm van slecht zicht veroorzaakt door een gelijkmatig landschap. De term refereert aan het eentonige polderlandschap zoals dat in sommige gebieden in Nederland te zien is. Voor automobilisten kan polderblindheid gevaarlijk zijn. Bekend is dat een grote afwisseling aan externe visuele prikkels in het landschap een nadelige invloed heeft op het autorijden. Een totaal gebrek aan afleiding heeft echter hetzelfde effect.

Hoewel het woord doet veronderstellen dat het verschijnsel hoofdzakelijk Nederlands is, is dit niet het geval. Bij bijvoorbeeld lange tunnels doet zich hetzelfde verschijnsel voor. Men probeert het probleem op te lossen door de intensiteit van de tunnelverlichting aan te passen, over het algemeen weinig licht en om de paar honderd meter veel fellere belichting. Dit zorgt ervoor dat de automobilist weer alert wordt. Dit verschijnsel wordt vaak aangeduid met de term zonsopgang.

Polderblindheid is gerelateerd aan tunnelvisie, maar anders dan bij tunnelvisie ligt de oorzaak buiten de persoon zelf. De oplossingen om polderblindheid tegen te gaan, zijn erop gericht de eentonigheid van het landschap te doorbreken. In plaats van een lange rij bomen op gelijke afstand van elkaar te planten, kiest men er bijvoorbeeld voor om de bomen op variabele afstand bij elkaar te zetten tot kleine bosjes. Een ander voorbeeld is de Noordoostpolder, waar bij de inrichting solitaire bomen werden gepoot op kruispunten als markeringspunten voor automobilisten.

De term wordt ook wel eens gebruikt om de kleingeestigheid van Nederlanders aan te duiden. Dan meent iemand dat men 'in Nederland' blind is voor bepaalde (veelal maatschappelijke) zaken. De polders slaan in dit geval op het typisch-Nederlandse.

Bron: Wikipedia