Home » Nieuws » Advies op richtlijnen van Commissie MER

Advies op richtlijnen van Commissie MER

geplaatst op 12 maart 2009

Nu al conclusies trekken over de haalbaarheid of wenselijkheid van alternatieven voor de toekomstige infrastructuur in de Ring Utrecht is voorbarig. Het milieueffectrapport (MER) zal de informatie voor deze complexe afweging moeten gaan geven. Leefmilieu, cultuurhistorie en natuur zijn daarin de belangrijkste milieuaspecten, die volwaardig meegewogen moeten kunnen worden.

 

In december 2008 startte de m.e.r. procedure voor het onderzoek naar de toekomstige bereikbaarheid rond Utrecht, de Ring Utrecht. Rijkswaterstaat gaf in de startnotitie aan dat zij vijf alternatieve opties wil onderzoeken. De vijf alternatieven lopen sterk uiteen: van het alternatief ‘Niet verbreden’ met uitsluitend aanpassing van OV, P&R,
regionale en lokale wegen tot het alternatief ‘Spreiden’ met de aanleg van nieuwe verbindingen ten westen door de woonwijk Leidsche Rijn, ten zuiden door de geplande woonwijk Rijnenburg en ten oosten van Utrecht door het Kromme Rijn gebied en langs landgoed Amelisweerd. Vandaag bracht de Commissie voor de milieueffectrapportage haar advies over de inhoud van het MER uit aan betrokken ministeries, provincie en gemeente Utrecht.

 

Een groot aantal insprekers wijst op het niet haalbaar of niet wenselijk zijn van met name het vergaande alternatief ‘Spreiden’. Voor conclusies hierover is het naar de mening van de Commissie te vroeg. Het milieueffectrapport (MER) zal de informatie voor deze complexe afweging moeten gaan geven. Leefmilieu, cultuurhistorie en natuur zijn daarin de belangrijkste milieuaspecten.


De initiatiefnemer wil het MER in twee fasen uitwerken. In de eerste fase worden alternatieven tegen elkaar en tegen de referentiesituatie afgewogen. Op basis van deze afweging wordt bepaald welk beperkt aantal alternatieven in de tweede fase in detail
wordt uitgewerkt. De Commissie vindt deze gefaseerde aanpak een logische keuze die aansluit bij de complexiteit van het project.

 

De Commissie pleit er voor om in deze eerste fase van het MER nut/noodzaak te onderbouwen op basis van een integrale probleemanalyse van alle relevante ruimtelijke ontwikkelingen in het gebied. De Commissie adviseert om de doelstellingen voor ruimtelijke
kwaliteit, zoals ruimtegebruik, woon- en leefomgeving, volksgezondheid en natuur te concretiseren en deze niet alleen als randvoorwaarden voor inpassing van de infrastructuur te hanteren maar als eigenstandige doelstellingen om tot een integrale
afweging te komen.

 

Essentieel is dat het MER 1e fase inzicht biedt in:

  • kansen voor verbetering van de leefomgeving op die plekken waar nu knelpunten bestaan;
  • belemmeringen vanuit wet- en regelgeving, zoals bij sommige natuurgebieden en woongebieden (EHS, Natura2000, Verdrag van Malta, geluid, lucht en externe
    veiligheid);
  • beperkingen, bijvoorbeeld gebieden met cultuurhistorische of landschappelijke waarden waar onder bepaalde (inpassings)voorwaarden wel mogelijkheden zijn.

     

 

De complexiteit en mate van ingrijpendheid van dit project vraagt om een volwaardige voorbereiding. De keuze voor een verkorte Tracé/m.e.r.-procedure en het streven om al in juni 2009 de eerste fase van het MER af te ronden met de keuze van een voorkeursalternatief kunnen hiermee op gespannen voet staan. De Commissie pleit er in de begeleidende aanbiedingsbrief bij haar advies voor om zo nodig meer tijd voor de eerste fase uit te trekken.


Mede op basis van de inspraakreacties en het advies van de Commissie MER worden de richtlijnen voor de eerste fase van de MER door het Bevoegd Gezag vastgesteld.
De Commissie voor de milieueffectrapportage is een onafhankelijke commissie van deskundigen. Zij adviseert over de inhoud van milieueffectrapportages. Meer nformatie over het werk van de Commissie is te vinden op www.commissiemer.nl.

Klik hier om het advies op de richtlijnen Ring Utrecht te downloaden.

Klik hier om het advies op de richtlijnen knooppunt Hoevelaken te downloaden.


Deel dit nieuwsbericht: